Literaire voordrachten


Een schooljaar vindt nimmer plaats zonder dat er een jubileum gevierd of afscheid genomen wordt. Bij dergelijke gelegenheden zijn er naast de officiële en niet zelden breedvoerige redenaars altijd leraren die het divertissement voor hun rekening willen nemen. Samen met zijn collega, vakgenoot en vriend Henk Schaap luisterde Jos Nijhof menige feestelijke middag of avond op met literair vermaak. Het uitgangspunt in hun voordrachten werd vrijwel altijd gevormd door een literaire klassieker, van de Middeleeuwse Elckerlyc tot meer recent werk als Het dwaallicht van Willem Elsschot.

ler_litvoordr.jpg

De teksten werden gepasticheerd en omgesmeed tot een vorm van satire die het schoolleven in het algemeen en dat van de jubilaris in het bijzonder stevig op de hak nam. Uiteraard zonder ooit over de schreef te gaan... Zo kroop het duo, bepruikt en bepoederd, in de huid van de achttiende-eeuwse brievenschrijfsters Betje Wolff en Aagje Deken, bekend van de Historie van Mejuffrouw Sara Burgerhart, onder meer om de volledig doorgeslagen zucht naar gegevensregistratie in het onderwijs op de hak te nemen, zoals blijkt uit het fragment hieronder.


ler_litvoordrextra03.jpg

La Vision Scolaire est merveilleux. Ik meen: die Schoolvisie draait geweldig, al zeg ik het zelf. En nu men de leerling daarmee feilloos kan volgen – laat ik zeggen van den brugklaswieg tot diens examengraf – acht ik het van minstens zo groot belang, dat hetzelve ook moge gaan gelden voor het op den voet volgen van het corpus docentium. Ja waratje, gij verstaat mij goed. Ik doel op een docentenvolgsysteem – innovativerend, verstaje wel. Bedenk welk een voordeel wij daarmede kunnen behalen. Wij volgen de docent tot de pensioendood hem of haar van ons scheidt. In énen oogopslag kunnen gij en uw burchtkornuiten via verborgen tabbladen zien hoe dat het er wel mede staat: met inleverantie van absentieformulieren, praterij op de gangen en vooral met de frequentie hunner toetsende acties, alsmede de frequentie der heengezondenen.


Bij latere voordrachten kozen Nijhof en Schaap een ander principe. Een aantal evergreens uit de Nederlandse poëzie werd voorgedragen in de oorspronkelijke versie en vervolgens als pastiche, met een verwijzing naar het dagelijkse schoolleven. Onder meer de bij de koffieautomaat opgevangen gesprekken vormden een bron van inspiratie. Het gedicht Zij-instroom, een pastische op de klassieker Innemee van Gerrit Achterberg, is daarvan een sprekend voorbeeld: de verzuurde reactie van een oudere eerstegraads docent bij de komst van (nog) onbevoegde zij-instromers...


ler_litvoordrextra01.jpg

INNEMEE

Ze worden hier begraven met een haast
alsof de dood hen op de hielen zit.
En wat een buitenman het meest verbaast
is dat de stoet bijna geen staart bezit;

natuurlijk weer een ver familielid
waarmee men even naar de groeve raast
om gauw terug te wezen van de rit,
want ieder blijft zichzelf het allernaast.

Bij ons luiden ze urenlang de klok.
Een kind beseft wat te gebeuren staat.
Men schaart zich achter ’t lijk in diepe stilte.

En lang daarna hangt in het dorp een kilte,
die iemand door de schouderbladen gaat;
als het herstellen van een zware schok.

Gerrit Achterberg (1905-1962)


ler_litvoordrextra02.jpg

ZIJ-INSTROOM

Ze worden hier maar onbevoegd geplaatst
alsof er in de stad geen Academie zit.
En wat een eerstegraads het meest verbaast
is dat zo’n sukkel geen niveau bezit;

natuurlijk weer zo’n oude kachelsmid
die hier wordt neergezet in allerhaast
om langzaam te genezen van z’n spit,
want vakkennis komt op de laatste plaats

O nee, als d.r.s. voel ik geen wrok.
Ik houd me in, ik ben een diplomaat
en hul mij hieromtrent in diepe stilte.

Maar in de school bevangt mij soms een kilte,
als ik alleen sta bij de koffieautomaat;
alsof men wenste dat juist ìk vertrok.